Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Damp

betekenis & definitie

Het begrip damp heeft 2 verschillende betekenissen:

1. damp - DAMP, m. (-en), gasvormige stof die bij gewone temperatuur als vloeistof of als vast lichaam voorkomt; damp van kokend water, damp van jodium, (vgl. wasem, stoom, nevel, rook); ook voor gasvormige verbrandingsproducten gebruikt kolendamp;
— wat staat hier een damp rook; door den damp van het kruit was de vijand niet te onderscheiden;
— kwade dampen, (naar eene vroegere zienswijze) gasvormige stoffen die zich door het lichaam verbreidden en de ziekten veroorzaakten.

2. damp - DAMP, bn. (Z. A.) vochtig, kil.