Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Dagwerk

betekenis & definitie

DAGWERK, o. zooveel arbeid als men in één dag kan afwerken;

— als men alle misslagen van dien man wou optellen, had men wel dagwerk, dan had men zeer veel te doen;
— daarvan zou ik wel dagwerk willen hebben, dat zou ik wel dagelijks willen doen;
— (fig.) mijn dagwerk is volbracht, mijn levensdraad is afgesponnen;
— (gew.) als maat: 700 stuks pannen, 8000 steenen, 6000
—12000 turven, (verschillend naar de plaats en de soort van turf): zekere landmaat 1/2 H.A.