Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Commissie

betekenis & definitie

COMMISSIE, v. (-s, ...siën), last, opdracht; (inz. in den handel) het doen van zaken op order en voor rekening van een ander, vgl. commissionnair; iets in commissie koopen, verkoopen; geene commissies op zich durven nemen;

— boekwerken in commissie hebben, die de boekhandelaar aan den uitgever kan terugzenden;
— loon van den commissionnair;
— bestelling eene mooie commissie krijgen; commissies opnemen;
— de bestelde goederen: de commissies klaar maken en verzenden;
— lieg ik, dan lieg ik in commissie, om te kennen te geven, dat eene mededeeling of eene bewering waarvan aan de waarheid wordt getwijfeld, op gezag van een ander of anderen geschiedt;
— (gemeenz.) eene kleine, eene groote commissie doen, eene kleine, groote boodschap;
— ook eene mooie commissie! dat is ook wat moois !;
— eenige personen aan wie van overheidswege, door eene vergadering, door een bestuur eene bepaalde opdracht wordt gegeven de enquête-, de examencommissie; de commissie voor de geloofsbrieven, voor de verzoekschriften; de commissie van toezicht, van bijstand; de financieele commissie, enz.;
— eenige personen die zich voor een zeker doel vereenigen eene commissie uit de burgerij; eene commissie vormen tot het inzamelen van liefdegaven.