Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Brutaal

betekenis & definitie

BRUTAAL, bn. bw. (brutaler, -st), onbeschoft, zonder respect voor iets of iemand: een brutale straatbengel; een brutaal antwoord geven; houd je brutalen mond;

— een paar brutale kijkers, meer dan vrijmoedig; de brutalen hebben de halve wereld, den stoutmoedigen gelukt veel;
— hij is zoo brutaal als de beul, in hooge mate brutaal;
— stout in ’t uitvoeren van iets slechts een brutale aanrander, inbreker;
— eene brutale leugen, eene grove leugen, zonder blikken of blozen geuit. BRUTAALTJE, o. dat is me ook een brutaaltje, eene jonge dame die wat durft, die nogal vrij is.