Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

2018-09-01

Bovenlander

betekenis & definitie

BOVENLANDER, m. (-s), die hoogere of bergstreken bewoont; (in Holland) Westfaler, Oost-fries; (ook) vaartuig dat de Weser of de Eems bevaart; een paard uit Holstein, Oostfriesland.