Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Bordes

betekenis & definitie

BORDES, o. (-sen), verhoogde stoep met treden, met of zonder leuning, zoowel aan de voor-, als aan de tuinzijde van een huis;

— vloertje, portaal, veelal vier- of vijfmaal zoo breed als de aantreden, boven aan of midden in eene trap;
— verheven zit- of standplaats, gestoelte, enz.; inz. thans verhoogde standplaats van den bestuurder van een stoomwerktuig;
— (Zuidn.) tamboer, uitgebouwd, overdekt houten portaal voor den ingang van een huis;
— (Zuidn.) plank voor een winkelraam om waren op uit te stallen;
— balkon, al of niet overdekt;
— plank boven de keldertrap;
— houten of steenen luik om een keldergat mede te sluiten.