Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

2018-09-01

Bomhaak

betekenis & definitie

BOMHAAK, m. (...haken), ijzeren haak waarmee men de bom aan de ooren oplicht en in den mortier plaatst;

...IJS, o. ijs dat hol ligt, niet op het water rust;
...KANON, o. (-nen), groot kanon waaruit men bommen kan schieten;
...KETEL, m. (-s), mortier.