Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Biljet

betekenis & definitie

BILJET, o. (-ten), geheel of gedeeltelijk bedrukt stuk papier of kaartje, dienende tot aankondiging, tot bewijs enz. aanplakbiljet; retourbiljet; belastingbiljet; reclamebiljet; muntbiljet; inteekenbiljet; biljet van inkwartiering;

— in biljetten liggen, ingekwartierd zijn bij de burgers;
toegangsbewijs biljetten laten halen (voor eene tooneelvoorstelling, een concert enz.). Biljetje, o. (-s), briefje.