Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Bijeen

betekenis & definitie

BIJEEN, bw. geeft te kennen, dat twee of meer zelfstandigheden in elkanders nabijheid zijn en tevens eene zekere eenheid, eene groep vormen, vgl. aaneen, waar dit laatste niet het geval is, bv.: de huizen van dit dorp staan dicht bijeen; de meeste huizen dezer rij staan dicht aaneen. In bij elkander treedt de gevormde eenheid minder op den voorgrond.

[Bijeen komt meest in samenstellingen voor, die echter ook vaak gescheiden worden. Men zou als regel kunnen stellen, om de samenstelling te gebruiken, als de toestand bijeen een gevolg is der werking, bv. bijeenplaatsen, bijeenzoeken, en de deelen te scheiden, als de toestand bijeen onafhankelijk van de werking bestaat bijeen zitten, staan. Zoo zou men dan schrijven ik zal de jassen bijeen hangen, en de jassen die bijeen hangen. Bij koppelwerkw. zou men de deelen ook los kunnen schrijven de woorden die bijeen zijn, bijeen blijven (meestal echter in één woord)].