Bezwaar betekenis & definitie

BEZWAAR, o. (bezwaren), last, moeite: de spoedige vervulling van dien post zal wel geen bezwaar geven; een berg van bezwaren;

— ik heb bezwaar, zoo spoedig toe te treden, ik heb er wel iets tegen;
— hij ziet er geen bezwaar in. zijn vriend te bedriegen. ontziet zich niet;
— tegenwerping, bedenking mijne bezwaren zijn nog niet uit den weg geruimd; bezwaren maken;
— dat is een grondwettig bezwaar;
— bezwaren tegen den Geest der Eeuw, titel van een werk van Da Costa;
— (onder stadspredikanten) bericht dat men moet optreden voor een collega die plotseling verhinderd is onder het eten kreeg ik bezwaar van ds. X;
— het leven is vol bezwaren, vol moeilijkheden;
— buiten bezwaar van de Schatkist, (Ind.) buiten bezwaar van den Lande, zonder dat het land het moet betalen.