Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Bezonnen

betekenis & definitie

Het begrip bezonnen heeft 2 verschillende betekenissen:

1. bezonnen - BEZONNEN, bn. en bw. voorzichtig, bedachtzaam, beraden in handelen of spelen; bezonnen te werk gaan; eene bezonnen houding aannemen, wel-overdacht;
— ■ (w. g.) dat was eene bezonnen daad. BEZONNENHEID, v.

2. bezonnen - BEZONNEN, (bezonde, heeft bezond), (w. g.) met zonlicht bestralen, beschijnen; helder verlichten.