Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Beweging

betekenis & definitie

BEWEGING, v. (-en), beweging is verandering van plaats; (nat.) eenparige, vermelde, rechtlijnige, kromlijnige beweging; eeuwigdurende beweging; de trein stelde zich in beweging, vertrok;

— (spoorw.) chef van beweging, die den treinenloop regelt;
— de beweging der aarde om de zon; de soldaten maakten eene omtrekkende beweging; beweging nemen;
— (diev.) hij is weer in de beweging, hij werkt weer, gaat weer uit stelen;
— uit eigen beweging iets doen, vrijwillig;
— menschen van gelijke beweging, die overeenstemmen in leef- en denkwijze;
— veel beweging maken, veel drukte maken, hebben;
— (fig.) opwelling; onrust wat al beweging de bewegingen des gemoeds;
— beweging onder het volk, oploop; eene godsdienstige, eene sociale beweging.