Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Bevinden

betekenis & definitie

BEVINDEN, (bevond, heeft bevonden), iets als resultaat van eene waarneming, een onderzoek vaststellen ik bevond, dat de zoo geroemde schilderij van zeer middelmatige kunstwaarde was;

— gezien en goed bevonden, formule tot goedkeuring van een 1 geschreven stuk;
— ik bevind mij wel, gevoel mij wel;
— aanwezig zijn het manuscript bevindt zich in de Kon. Bibliotheek;
— zich in gevaar bevinden, zijn, verkeeren;
— zich te Amsterdam bevinden, zijn;
— zich in de mogelijkheid, in de gelegenheid bevinden, zijn.