Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Bestellen

betekenis & definitie

BESTELLEN, (bestelde, beeft besteld), (gew.) het vee bestellen, van voeder voorzien;

iets regelen, de noodige beschikkingen treffen eene begrafenis bestellen;
— iem. ter aarde bestellen, begraven;
— koopwaren thuis bezorgen: de kaas is door den looper al besteld, bezorgd;
— de melk bestellen, bij de klanten rondbrengen;
— brieven, telegrammen bestellen, bij de geadresseerden thuis bezorgen;
— de schipper kan niet alles tegelijk bestellen, de vrachtgoederen thuis bezorgen;
— den timmerman, den behanger bestellen, laten weten, dat men zijne diensten noodig heeft;
— ik heb hem tegen 10 uur besteld, ontboden;
— een rijtuig bestellen, ontbieden, laten komen;
— dat boek heb ik niet voorhanden, maar ik kan het voor u bestellen, ontbieden, laten komen;
— een nieuw costuum bestellen, last geven het te maken;
— bespreken logies in een hotel bestellen;
— een maaltijd, een bittertje bestellen, lastgeven het gereed te maken, te brengen;
— inz. bij een winkelier, koopman: last geven iets te bezorgen wijn, boeken, sigaren bestellen;
— (Zuidn.) wilt gij mij eens bestellen, aan het verlangde helpen (in een winkel);
— (w. g.) iem. ergens in de leer doen, als bediende plaatsen.