Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Beslist

betekenis & definitie

BESLIST, bn. en bvv. (vaak voor het betere beslissend gebruikt), gedecideerd, vastberaden het besliste optreden der politie;

— eene besliste meening hebben, niet weifelen; een beslist persoon, voorstander;
— hij was beslist in zijne antwoorden, hij weifelde niet, hij toonde zich iem. die weet wat hij wil;
— ’t is eene besliste leugen, uitgemaakt;
— de regeering heeft geene besliste meerderheid, het is niet uitgemaakt, dat ze er eene heeft;
— bw. hij heeft hei beslist gezegd, zeker;
— hij komt beslist, stellig;
— zich beslist uitspreken, zonder omwegen; vgl. BESLISSEND.