Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Bepaald

betekenis & definitie

BEPAALD, bn. bw. (-er, -st), juist omschreven, nauwkeurig vastgesteld: het bepaalde uur; eene bepaalde som;

— nauwkeurig aangewezen: een bepaald persoon; een bepaald terrein;
— een bepaald antwoord geven, een stellig, beslist antwoord geven;
— een bepaald gebied, ziekte, nauwkeurig omgrensd;
— een bepaald studieveld, beperkt;
— (taalk.) een bepaalde volzin, een volzin waarin het onderwerp of het gezegde nader bepaald is;
— het bepaald lidwoord, bepaalde voornaamwoorden, voor bepalend, zie aldaar; vgl. onbepaald:
— bw. beslist, stellig: het is bepaald onwaar; hij heeft het bepaald gedaan; (iron.) hij is niet bepaald vlug, hij is zeer lui. BEPAALDELIJK, bw. inzonderheid; uitdrukkelijk, stellig iem. iets bepaaldelijk voorschrijven, gebieden, verbieden, in zeer duidelijke bewoordingen.