Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Behagen

betekenis & definitie

Het begrip behagen heeft 2 verschillende betekenissen:

1. behagen - BEHAGEN, (behaagde, heeft behaagd), iem. behagen, hem aangenaam zijn, bevallen;
die kleur, zijn gedrag, die bloemen behagen mij, bevallen mij;
gelieven het behage u edelachtbare; behage het den Hemel
— het heeft den Heere behaagd van onze zijde weg te nemen, (in advertentiën);
— het behaagt hem hier niets, hij vindt het hier alles behalve gezellig;
— het behaagt mij, ik vind behagen daarin.

2. behagen - BEHAGEN, o. genoegen, welgevallen behagen scheppen of vinden in;
— hij heeft er geen behagen in, hij heeft er geen plezier in, hij wil het niet doen; neiging, zwakker dan liefde hij heeft in mij behagen.