Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Begaan

betekenis & definitie

Het begrip begaan heeft 2 verschillende betekenissen:

1. begaan - BEGAAN, (beging, heeft begaan), gaan op, betreden de straat begaan;
— de begane grond, de natuurlijke oppervlakte van het terrein, zonder eenige kunstmatige verhooging; (ook) dat gedeelte van een gebouw dat met den beganen grond gelijk is;
— eene op zich zelf staande daad volvoeren, bedrijven, inz. eenig kwaad: dwaasheden begaan; een misslag begaan; in drift heeft hij een moord begaan;
— men zou een ongeluk aan dien lastigen jongen begaan, zich vergrijpen aan;
— (gew.) door te gaan bereiken dat dorp is in een uur te begaan;
— laat mij begaan, laat mij de zaak volvoeren; (ook) hinder, stoor mij niet;
— iem. stil laten begaan, zijn gang laten gaan

2. begaan - BEGAAN, bn. medelijdend: ik ben wel met hem (zijn lot) begaan, ik heb medelijden met hem.