Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 31-08-2018

2018-08-31

AFSTAMMING

betekenis & definitie

v. de bloedverwantschap in de nederdalende lijn de afstamming van wettige kinderen wordt bewezen door de akten van geboorten;

— aanzienlijk van afstamming, van afkomst;
— een edelman van afstamming, wiens voorouders tot den adelstand behoorden;
— (fig.) de verwantschap van een woord met zijn grondwoord; de betrekking waarin de beteekenissen der woorden, de begrippen die zij uitdrukken, staan tot de grondbeteekenis waaruit zij zijn afgeleid de woordafleidkunde onderzoekt de afstamming en vorming der woorden;
—, (-en), (dicht.) het afstammende of afkomende; de personen die van iemand afstammen, het kroost, nakroost, de nakomelingen.