Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 30-08-2018

Afgezonderd

betekenis & definitie

AFGEZONDERD, bn. en bw. van andere soortgelijke zaken of personen gescheiden of verwijderd en op eenigen afstand van deze afzonderlijk gelegen of geplaatst: een afgezonderd stuk land;

— een afgezonderd volk, een bijzonder en eigenaardig volk, door , Gods gunst van andere volken kennelijk onderscheiden en bevoorrecht;
— afgezonderd wonen, eenzaam;
— (van pers.) teruggetrokken, eenzaam : hij leefde afgezonderd;
— stil: eene afgezonderde levenswijze. AFGEZONDERDHEID, v.