Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 30-08-2018

Afgesloten

betekenis & definitie

AFGESLOTEN, bn. en bw. (van eene vergadering) besloten, niet toegankelijk voor niet-leden;

— (van een stelsel) gesloten, goed doordacht en waarvan de deelen zoodanig aaneensluiten, dat alles een flink geheel vormt;
— afgezonderd levende, beperkt en stil;
— (mil.) afgesneden, van anderen gescheiden (een bevelhebber of legerafdeeling). AFGESLOTENHEID, v.