Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 30-08-2018

Achtereen

betekenis & definitie

ACHTEREEN, bw. zonder tusschenpoozen: een werk achtereen afdoen; een boek achtereen uitlezen, zonder tegelijk een ander werk te lezen;

— bijna onafgebroken, met geringe tusschenpoozen : driemaal achtereen won hij de partij; (bij achtereen, achter elkander stelt men zich het tijdsverloop als eene reeks van elkander opvolgende tijden voor, (vaak van iets onaangenaams gezegd); bij aaneen als een geheel: jaren aaneen bracht hij den zomer op zijn buiten door, nu is hij reeds maanden achtereen lijdende);
— achtereenvolgens;
— (gew.) straks, aanstonds, terstond.