Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 14-11-2017

aanvaarden

betekenis & definitie

Aanvaarden - (aanvaardde, heeft aanvaard), (oorspr.) zijn gang richten naar, zich wenden tot; ondernemen: eene reis, een tocht, den pelgrimsstaf (voor pelgrimstocht) aanvaarden; op zich nemen: de regeering, het bevel, het bewind, ook: den veldheersstaf, de kroon (voor het opperbevel, de regeering); de wapenen, het lijden (voor: den strijd, den lijdenskelk) aanvaarden; - eene rol aanvaarden, die beginnen te spelen;

- den koran aanvaarden, de leer van Mohammed omhelzen; (min of meer plechtig) aannemen, in het bezit of gebruik nemen: eene schenking, het gekochte of gehuurde, ook: eene verzekering, betuiging aanvaarden; (veroud.) een wisselbrief accepteeren; (rechtst.) eene erfenis, eene nalatenschap, boedel, (ook: een lijk) aanvaarden, als rechthebbende optreden om erover te beschikken.