Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

aandrang

betekenis & definitie

Aandrang - m. het aandringen: de aandrang der vijanden, der menigte; - aandrang van volk, groote opeenhooping; - aandrang der zee, werking der golven op den romp van een schip, (ook) het toe nemen in hoogte der golven; - aandrang op het roer, de werking der zeilen, om het schip te doen loeven of vallen, en die men steeds met het roer dient tegen te werken; - aandrang van den wind, toenemende drukking; (fig.) aandrang der ellende, het nijpen der ellende; nadruk, klem: met aandrang verzoeken, afraden.