5. WAARD betekenis & definitie

5. WAARD - bn. bw. waarde hebbende ; dit is vijf gulden waard, vijf gulden mag men er voor geven; — hij is niet waard (verdient niet), dat...; dat is wél de moeite waard, daarvoor mag men wel eenige moeite overhebben; — een goed begin is een daalder waard, een goed begin is veel waard; — (fig.) de kool is het sop niet waard, de zaak is van te weinig gewicht om er zooveel omslag van te maken; —, (-er, -st) , dierbaar : waarde, waardste vriend; nooit heb ik waarder vriend gehad dan hem.

Laatst bijgewerkt 06-12-2018