5. bot betekenis & definitie

5. BOT, o. het einde van een touw; vliegertouw; — het touw heeft geen bot, ’t is al te strak; — een touw meer bot geven, ruimte geven aan een touw, het laten schieten, het vieren; — een touw bot vieren, tot het einde laten afloopen; — bot korten, (inz. van het vliegertouw, van een ankerketting gezegd) inhalen, gedeeltelijk opwinden; — (fig.) iem. te veel bot geven, te veel veroorloven; — (waterb.) de dijk heeft nog 2 palm bot, waakt nog 2 palm, het water staat nog 2 palm beneden de kruin van den dijk.

Laatst bijgewerkt 01-09-2018