4. kip betekenis & definitie

4. KIP, v. (-pen), stokvischhoepeltje; (ook) de hoeveelheid stokvisch, die de stokvischhoepeltjes omsluiten; eene kip stokvisch; vroeger ook: eene kip huiden; eene kip tin. 18½ KG

Laatst bijgewerkt 13-09-2018