4. kamp betekenis & definitie

4. KAMP, bw. (gew.) effen, gelijk; quitte: wij zijn kamp; kampop spelen, zonder te winnen of te verliezen; — (fig.) kamp geven, het opgeven, zich verloren geven : hij is er de man niet naar, om zoo spoedig kamp ie geven.

Laatst bijgewerkt 13-09-2018