3. luisteren betekenis & definitie

Luisteren - (luisterde, heeft geluisterd), scherp naar iets hooren: luister goed naar hetgeen ik u zeggen zal; hij heeft niet geluisterd naar de preek; — (ook in het verborgene): aan de deur luisteren; — (spr.) die luistert aan den wand, verneemt zijn eigen schand; — het oor leenen: naar iem. luisteren, hem aanhooren; — (fig.) nauwkeurig achtgeven op iets, daarnaar handelen: naar goeden raad luisteren; het paard luistert naar den toom; — het schip luistert naar het roer, laat zich gemakkelijk sturen; — de koorts luistert terstond naar de kinine, de kinine oefent dadelijk invloed uit op de koorts; — dat luistert nauw, de minste kleinigheid oefent er invloed op. LUISTERING,. v. het luisteren; — (w. g.) oplettendheid, gehoorzaamheid.

Laatst bijgewerkt 19-09-2018