2. AFSTOMPEN betekenis & definitie

(stompte af, heeft en is afgestompt), (scherpe of puntige voorw.) stomper maken door iets van de scherpte of van de punt weg te nemen eene bijl, een paal wat laten afstompen; de horens van een stier laten afstompen; — een steen afstompen, de scherpe kanten ervan wegnemen; — boomstammen of takken afstompen, stomp afhouwen; — (fig) de ongegronde ergernis kan alleen weggenomen worden, wanneer zij door herhaalde slagen afgestompt wordt; ’s levens prikkel afstompen; — (scheik.) (w. g.) de scherpte van zure vloeistoffen door toevoeging van alcaliën verminderen, gedeeltelijk neutraliseeren: voegt men bij azijn telkens kleine hoeveelheden koolzure soda, dan wordt het zuur allengs afgestompt en ten slotte geheel geneutraliseerd; — (fig.) (’s menschen geest, gevoel, zintuigen enz.) allengs de scherpte doen verliezen, ze verstompen het spel is iets dat den geest af stompt en verdierlijkt, evenals de drank en de opium; al die wederwaardigheden hebben hem (zijn geest) geheel afgestompt; — zich af stompen, zich zelf stomp maken of verstompen menige leerling stompt zich helaas nog tegenwoordig op de spraakkunst en de sommen af; — (’s menschen karakter, zeden, manieren enz.) door den omgang met anderen ze allengs het hoekige en kantige doen verliezen, van de sterksprekende eigenaardigheden berooven (scherts.): grieven, moet men niet aanscherpen, veeleer afsfompen, minder scherp voorstellen. AFSTOMPING, v.

Laatst bijgewerkt 31-08-2018