1 gestand betekenis & definitie

1, GESTAND, zn. alleen in de uitdr. iets (3de nv.) gestand doen, bestendigheid geven (aan een gegeven woord, eene belofte enz.), zijn woord, zijne belofte houden, nakomen ik zal mijn woord gestand doen; (ook bij uitbreiding) aan iets getrouw blijven, het niet verzaken hij achtte het niet geraden, in het openbaar zijne lastertaal gestand te doen.

Laatst bijgewerkt 06-09-2018