Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Wapen

betekenis & definitie

o. (-s, -en),

1. strijdwerktuig, voorwerp bestemd om iem. letsel toe te brengen ofwel om zich er mee te verdedigen : als wapen voerden zij een lans en een zwaard ; de vluchtende soldaten wierpen hun wapens weg; — zich van iets als wapen bedienen, het gebruiken om iem. aan te vallen ; de blanke wapens, getrokken sabel, gevelde bajonet; — verboden wapens, zulke die men niet zonder toestemming van de overheid in zijn bezit mag hebben; — onder de wapenen staan, in actieve militaire dienst zijn ; gemobiliseerd zijn ; —onder de wapens komen, in dienst treden ; te wapen! vat de wapens op ! trekt ten strijde ! te wapen lopen, zich "wapenen en gezamenlijk optrekken: de boeren waren te wapen gelopen en kwamen om de patriottische regering af te zetten (Haverschmidt); — de wapens opvatten, naar de wapens grijpen, de strijd beginnen ; — de wapens neerleggen, de strijd opgeven; — (bij verg.) de ledematen en lichaamsdelen van dieren, die tot verdediging of aanval dienen : de horens zijn de wapens van de koe ; — fig.: zij had geen ander wapen dan haar tranen, middel van verdediging ; — zich een wapen van iets maken, het als krachtig middel aanwenden (om zijn begeerte door te drijven); — strijdmiddel in een geestelijke strijd: de zvapenen der welsprekendheid, der logica ; iem. met zijn eigen wapens bestrijden, zijn eigen woorden tegen hem keren, (ook) hem op dezelfde wijze bestrijden ; — scherts, ook in toepassing op eetgerei: de wapens gereedhouden ;
2.elk der groepen waarin men een leger kan onderscheiden naar het hoofdwapen dat de soldaten voeren : het wapen der infanterie; de bereden wapens; bij verschillende wapens gediend hebben ;
3.familieteken, traditioneel onderscheidingsteken van een (adellijk) geslacht, vervolgens ook van een gewest, een staat of een stad, dat gewoonlijk uit een gekleurd, al of niet in vakken verdeeld, vaak ook met een of meer figuren bedekt schild bestaat, blazoen : het wapen van Brederode : het Nederlandse wapen; het wapen van Amsterdam; hij voert een arend in zijn wapen ; — soms bedoelt men bep. de figuur welke het voornaamste deel van zulk een schild uitmaakt: de klimmende leeuw wordt met allerlei attributen als wapen gevoerd; — (fig.) hij voert iets in zijn wapen. hij is wat van zins ; — (fig.) hoog of groots in zijn wapen of in de wapens zijn, trots zijn ; groot in de wapens, klein in de beurs.