Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Voorwerp

betekenis & definitie

o. (-en), object:

1. zaak in haar relatie tot de persoon die haar waarneemt of behandelt: wij zagen een rond voorwerp op het water drijven; men wordt verzocht de voorwerpen (die tentoongesteld zijn) niet aan te raken ; men vatte het voorwerp met duim en wijsvinger voorzichtig aan ; — ook zonder gedachte aan een relatie, maar dan bepaald door plaats of categorie: de voorwerpen om ons heen ; voorwerpen van kunst; een stoffelijk voorwerp; wat is dat voor een voorwerp! — in bijz. st. ook in toepassing op personen met betr. tot het gevoel dat zij opwekken : een geliefd voorwerp ; — ook wel eens gezegd van een persoon als een arm- of lamzalig wezen: de kapelaan blijftoverheerd door Tenterkwaadeen voorwerp om in t gasthuis te besteden (Staring);
2. zaak waarop iem. of iets een werking uitoefent , waarop de werking gericht is: het voorwerp van mijn onderzoek is... ; een voorwerp van beschouwing, van discussie;
3. een voorwerp van spot; — dat waarop zich een gevoel richt: het voorwerp van zijn liefde, zijn haat;
4. (taalk.) zinsdeel dat de zelfstandigheid noemt die, buiten het onderwerp, bij de werking, door het gezegde uitgedrukt, betrokken is: men oiulerscheidt lijdend, belanghebbend en oorzakclijk voorwerp (zie bij do betr. art.).