Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Voornaam

betekenis & definitie

bn. (...namer, -st),

1. aanzienlijk, hooggeplaatst, deftig: voorname lieden; de voornaamste ingezetenen ; zich te voornaam voor iets achten ; — een voorname buurt, -waar deftige lieden wonen ; — zelfst.: de voornamen ; hij behoort tot de voornaamsten ;
2. belangrijk, gewichtig : de voornaamste oorzaken , redenen ; de voornaamste straten van een stad, de hoofdstraten ; — dat is een voornaam ding, iets van groot gewicht; — zelfst. gebruikt: het voornaamste, het belangrijkste.