Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Verzien

betekenis & definitie

(verzag, heeft verzien),

1. voorbijzien, niet zien : een drukfout verzien ; gij hebt uw spel verzien, er niet op gelet; die kans is verzien, verkeken, voorbij ;
2. uitgeven om te zien : daar zou men een dubbeltje aan verzien ;
3.er voor over hebben om te zien, en vand. verwedden: wat verzie je er onder? ;
4. het op iem. verzien hebben, gemunt hebben ; daarop heeft men het juist verzien, dat bedoelt men juist; — het is op mijn geld verzien, men wil het mij ontnemen, afhandig maken;
5. zich verzien, verkeerd zien, miszien ; zich vergissen ;
6. (van een zwangere vrouw') door het zien van iets (en het schrikken daarvoor) een bep. indruk, een afwijking aan de vrucht meedelen (naar het volksgeloof);
7. (niet alg., vero. ?) merken : verdacht zijn op : ze bennen d’r uit eer jet verziet (v. Maurik).

< >