b>n.,
1. door lang gebruik stuk gegaan, afgeschaafd, niet bruikbaar meer : versleten kleren, schoenen; het uurwerk is versleten ;
2. (fig.) versleten uitdrukkingen, door veelvuldig gebruik verzwakt, kleurloos geworden : 3. afgeleefd, verzwakt, niets meer waard: een versleten paard ; na 25 jaar tropenleven is hij versleten.