(verjaarde, heeft en is verjaard),
1. zijn verjaardag vieren, jarig zijn; — deze gebeurtenis verjaart heden, het is heden een (of weder een) jaar geleden sedert:
2. (gew.) iem. met iets verjaren, het hem als verjaargeschenk geven;
3. (recht.) door verloop van zeker aantal jaren niet meer invorderbaar zijn of niet meer van kracht: een geldschuld, een verbintenis, een dividend kan verjaren; — (van vervolgingen wegens misdrijven, overtredingen enz.) na verloop van de tijd, bij de wet bepaald, vervallen : door verloop van een jaar verjaren alle vervolgingen ter zake van politieovertredingen; 4. (fig.) verouderen : om den wille hunner verjaarde schoonheidsbegrippen (Potgieter).