Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Veranderen

betekenis & definitie

(veranderde, heeft en is veranderd), 1. wijzigen, anders maken : zij veranderen de inzettingen (Jes. 24 ; 5); een japon veranderen; iets aan een huis, in een testament veranderen ; de reisplannen zijn veranderd ; veel in een opstel veranderen; — zijn stern veranderen, er een andere klank aan geven ; — zijn gedrag, zijn leven veranderen, wijzigen, inz. verbeteren; — dat verandert de zaak, dat stelt haar in een ander licht; — 2. in de genoemde zelfstandigheid, gedaante, toestand of vorm overgaan of doen overgaan: de staf, die in een slang is veranderd geworden (Exod. 7 : 15); Jezus veranderde water in wijn ; de goochelaar veranderde een zakdoek ineen duif; onoverg.: 2.bier verandert in azijn;

3.anders worden : het weer verandert; de wind verandert, loopt om; — veranderen gelijk het weer, gemakkelijk van mening of gedrag wisselen ; — de kleur is veranderd ; de tijden veranderen, blijven niet hetzelfde; — zijn hand is veranderd, hij schrijft niet zoals hij vroeger schreef;

(van personen) andere trekken krijgen; ook met betr. tot den aard: hij is niets veranderd, geheel dezelfde gebleven ; — ontstellen: daar verander ik van; — in verb. met een bep. met van die aanduidt in welk opzicht het subject anders wordt of handelt, vaak weer te geven met verwisselen: van kleren veranderen; van godsdienst veranderen, een andere godsdienst aannemen; — van dienstbode, van woning veranderen;van mening veranderen, een andere mening gaan aanhangen ; — (zeew.) van boeg, van koers veranderen, het over een andere boeg wenden, een andere koers nemen ; van kwartier veranderen, de wacht aflossen; — (rysch.) van hand veranderen, met een andere hand grijpen.