Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Vat

betekenis & definitie

I. m., het vatten, greep, houvast; (fig.) geen vat op iem. hebben, hem van niets kunnen beschuldigen, geen gegronde reden hebben om iets tegen hem te beginnen; geen geestelijk contact met hem kunnen krijgen; (ook) hem niet in het gemoed kunnen treffen; geen invloed op hem hebben: vermaningen hebben geen vat op hem, vermogen niets op hem; — vat op iem. krijgen: — geen vat op zich geven, zich niet blootstellen, geen aanleiding tot (straf)maatregelen geven.

II. o. (-en),

1. stuk vaatwerk, schotel, kan enz.: zilveren, gouden vaten; (R.-K.) heilige vaten, het tot het altaar behorend vaatwerk; — (fig.) (bijb.) uitverkoren vaten, mensen die tut grote doeleinden bestemd zijn: (R.-K.) Eerwaardig vat en Schoon vat van godsvrucht. het lichaam der H. Maagd; — het zwakke vat, de vrouw.
2. de vaten, keukengereedschap, borden en schotels: vgl. Vaat
3. (nat.) elk lichaam dat iets kan bevatten, ongeacht vorm of grondstof: de vloeistof drukt op de bodem van het vat; communicerende raten, zie bij Communiceren
4. kanaal, buis in een dierlijk of plantaardig lichaam, meest in samenst. b.v. bloed-, melk-, houtvat.
5. ton, vaak in het midden gewelfd: een vat wijn, meel; een vat opsteken, er het eerst van beginnen te tappen; — naar het vat smaken, fustig zijn; — (spr.) ik weet niet hoe ik dat in het vat zal (moet) gieten, hoe ik dat moet klaarspelen, hoe ik te werk moet gaan; — holle vaten klinken het hardst (lege vaten klinken het holst), niet-weters voeren gewoonlijk het hoogste woord; — het vat der Danaïden, een bodemloos vat dat de Danaïden met water moesten vullen en waarmee zij nooit klaar kwamen; (vandaar) een werk dat nooit klaar komt: — de overeenkomst zal spoedig in dichte, besloten vaten zijn, geheel beklonken zijn; — met zinspeling op zo’n vat als bewaarplaats voor geconserveerde spijzen: wat in het vat is, verzuurt niet, uitstel is nog geen afstel; dat heb je nog te goed; — hij heeft bij mij nog iets in het vat, hij staat bij mij nog in het krijt, wij hebben nog wat af te rekenen samen; — het is nog niet in het vat waarin het zuren moet, de zaken zijn nog niet ver genoeg gevorderd.
6. als vochtmaat: 3 hectoliter.
7. soort van tonslak (Dolium galea), zo groot als een mensenhoofd, die in de Middellandse Zee leeft.