Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Vacuum

betekenis & definitie

(Lat.), o. (vacua),

1. het luchtledige, ruimte waarin geen lucht aanwezig is;
2. (nat.) elke ruimte waarin een bepaalde (sterke) onderdruk heerst: het vacuum van Torricelli; diksap onder vacuum koken;
3. ledige ruimte: een vacuum in verstand en hart; — een politiek vacuum, toestand dat er op zeker ogenblik ergens geen erkende staatsmacht aanwezig is.

< >