Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Vacant

betekenis & definitie

(<Lat.), bn., ledig, onbezet, te vergeven: (van een abdij enz. waarvan het beheer onbezet is): een vacante kerk; — (van een plaats waar een post van onderwijzer, predikant enz. vacant is): Schoondijke is vacant; — thans meestal van een ambt dat, een post enz. die opengevallen is: die plaats was niet vacant; in attributief gebruik: een vacante post.

< >