Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Uitvoeren

betekenis & definitie

(voerde uit, heeft uitgevoerd),

1. naar buiten voeren, brengen, geleiden ; — (Zuidn.) met een voertuig wegbrengen; 2. (in ’t bijz.) (producten van een land) naar het buitenland voeren : ons land voert vee, boter en kaas uit;
3. doen, verrichten : hij voert niets uit; soms ongunstig: wat voer je daar uit?
4. ten uitvoer leggen, volbrengen : plannen, bevelen, een vonnis uitvoeren;
5. vertonen, spelen (een muziekstuk, een opera): dat stuk werd voor het eerst uitgevoerd te Parijs;
6. bewerken, met betr. tot de kwaliteit van —, de zorg die aan het werkstuk besteed wordt: het boek is goed uitgevoerd.