Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Toeschouwer

betekenis & definitie

m. (-s), iem. die met een zekere aandacht naar iets kijkt: voor de opmerkzame toeschouwer was dit geen geheim; in ’t bijz. gezegd van de personen die een voorstelling bijwonen: onder de toeschouwers bevonden zich enige officieren: de ruimte voor de toeschouwers; bij uitbr. ook gezegd van iem. die slechts passief ergens bij aanwezig is: hij is slechts een toeschouwer, niet iemand die actief meewerkt.