(lichtte toe, heeft toegelicht),
1. (onoverg. in litt. t.) zich als licht aan iem. vertonen, voordoen: iets antipathieks scheen haar uit die gazellenblik toe te lichten;
2. verlichten, belichten, thans alleen fig.: ik voel grote lust hem eens van de andere kant toe te lichten;
3. begrijpelijk, duidelijk maken, ophelderen, verklaren: zijn gedrag, zijn mening, zijn handelwijze toelichten; de bedoeling van een schilder, van de wetgever toelichten; iets nader toelichten.