Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

STRIJD

betekenis & definitie

m. (-en),

1. gevecht, kamp : een bange, harde, hevige, ongelijke, zware strijd; de strijd aanbinden, volhouden, opgeven ; in een strijd gewikkeld zijn ; ten strijde trekken; (als uitroep) ten strijd! ook zonder gedachte aan een gewapend conflict: de strijd om het bestaan; de strijd tegen het water ; — (bijb.) de goede strijd gestreden hebben (2 Tim. 4:7), gestorven zijn;
2. kamp, worsteling in iemands binnenste, met zichzelf; tweestrijd, zielestrijd : dat heeft haar veel strijd gekost;
3. prijskamp, wedstrijd : een strijd tussen de aangesloten verenigingen ; — om strijd, om ’t zeerst, om ’t hardst: de roem hem door vriend en vijand om strijd toegekend; 4. tegenspraak : hierdoor wordt de strijd tussen de algemene regel en het bijzonder geval opgeheven ; — inz. in de verbinding in strijd met: dat is in strijd met zijn beloften, met zijn woorden.