Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

STIP

betekenis & definitie

v. (-pen),

1. klein rond teken, punt, vlekje in contrasterende kleur: stippen zetten; het tekenen met stippen; — wat zich als een klein vlekje vertoont: het vliegtuig was nog slechts een stip aan de lucht;
2. hoeveelheid nodig om een teken als onder 1. te maken: mag ik een stip inkt, mijn pen eens in uw inktpot dopen?
3. klein voorwerpje: de aarde is maar een stipje in het heelal, is iets nietigs in verhouding tot de afmetingen daarvan;
4. (gew.) op stip en sprong, zonder bedenktijd te nemen, op stel en sprong;
5. (veroud.) kort tijdsdeel; nog in tijdstip;
6. stukje as waarmee een smidsvuur wordt afgedekt;
7. (gemeenz.) naam waarmee soldaten de adjudant-officier aanduiden.

< >