Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

STAAND

betekenis & definitie

tegenw. deelw. van staan, gebezigd ter uitdrukking van een blijvende eigenschap, waardoor het tot bn. geworden is.

1. Met betr. tot staan in de bet. (1.): in opgerichte houding op zijn voeten rustend: (herald.) staande leeuw, die met zijn vier poten op de grond rust; — (Zuidn.) staande voet, (als maat), de lengte van de uitgestrekte voet; — op staanden voet, eig. voordat men een voet verzet; terstond, dadelijk, onmiddellijk: op staanden voet vertrekken.
2. (van zaken) zich in verticale richting bevindend: de staande en de liggende balk van een kruis; staand hout, hout op stam, ongevelde bomen; — staand koren, ongemaaid koren, nog te velde staande; — een staande mijngang, loodrecht naar beneden gaande; — (mets.) staande tand, baksteenmetselwerk dat verticaal wordt afgebroken om aan nieuw metselwerk aan te sluiten, in tegenst. met vallende of slepende tand; staande voeg, loodrechte, opgaande voeg; staand verband, bestaande uit afwisselende kop- en streklagen; — (tuinb.) staand glas, tegenover plat glas; — (mol.) staand scheprad, draaiend om een horizontale as; — staande lamp, in tegenst. met hanglamp;een staand uurwerk, een klok of pendule; — met subjectsverwisseling: een staande lessenaar, zo hoog dat men er staande aan werken kan; — (scheepv.) staand zeil, dat bijstaat, dat niet gestreken is; met staande zeilen ten anker komen, onverhoeds het anker laten vallen, terwijl het schip nog zeilende is en dus zonder vooraf de zeilen te bergen; een manoeuvre die bij plotseling dreigend gevaar wordt aangewend; (fig.) met een staand zeil kwam hij op ons af, in toorn, in drift; — staand want, dat boven en beneden vastgemaakt is, in tegenst. met lopend want; (visv.) staande kuil, voor de garnalenvangst; staand spieringnet, waarvan de opening verticaal in het water staat; — staande boorden, kraagjes, in tegenst. met liggende; — staand schrift, in tegenst. met lopend schrift.
3. (van het rijm en de versregels) eindigend op een beklemtoonde lettergreep: staand rijm, mannelijk rijm, in tegenst. met slepend of vrouwelijk rijm; staande versregel, die eindigt met een lettergreep die de klemtoon heeft.
4. op dezelfde plaats blijvend, zich niet bewegend; (jag.) staande hond, die voor het wild roerloos blijft staan, in tegenst. met liggende hond, die voor het wild blijft liggen, beide in tegenst. met lopende hond, die op het volgen van wild is afgericht; — staande vliegen, zweefvliegen, een familie van vliegen (Syrphidae), aldus geheten omdat zij soms in de lucht op eenzelfde plaats schijnen stil te staan; — staande ogen, de zwarte staar bij paarden; — staand water, waarin geen of weinig stroming is.
5. vast, niet veranderlijk: staand weer, bestendig weer; — een staande wind, die uit dezelfde hoek blijft waaien; — een staande uitdrukking, een in haar formulering vast geworden, onveranderlijke uitdrukking; een staande formule; — (Zuidn.) staande maat, vaste maat.
6. in stand blijvend: een staand leger, staande troepen, die altijd beschikbaar zijn.