Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

SPELER

betekenis & definitie

m., SPEELSTER, v. (-s),

1. die een spel als ontspanning beoefent; — lid van een ploeg die een sportief spel beoefent: een van de spelers moest het veld verlaten; iem. met betr. tot zijn kwaliteiten in het spel: een sterke speler;
2. die verslaafd is aan kansspelen;
3. iem. die toneel speelt; — iem. die of voor zover hij muziek maakt: ik ben geen groot speler.