Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

SOM

betekenis & definitie

v. (-men), SOMMETJE, o. (-s),

1. geheel dat door of uit bijeenvoeging ontstaat; uitkomst van een optelling; totaal: de som van al de hoeken van een driehoek is gelijk aan twee rechte hoeken;
2. geheel van geestelijke of gevoelswaarden: een bepaalde som aangeleerde kundigheden;
3. bedrag: een som geld(s); — bedrag aan geld: een flinke som;
4. rekenkundig vraagstuk: sommen maken, uitrekenen; — de proef op de som maken, nagaan of de bewerking goed is; (fig.) dat is de proef op de som, het bewijs dat gestelde juist, waar is.