Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gepubliceerd op 01-01-2021

R afkortingen

betekenis & definitie

r. — 1. rechts; — (muz.) met de rechterhand;

— 2. (in wiskundige formules) (Lat.) radius, straal;
— 3. (in natuurkundige formules) resultante (zie ald.).

R — 1. (op motorvoertuigen) Roemenië;

— 2. (op thermometers) Réaumur;
— 3. (Ind.) Raden;
— 4. (op recepten) recipe, neem, men neme;
— 5. (rek.) (Lat.) radix, wortel.

r. of r°. — (Lat.) (folio) recto, op de rechterzijde van het blad (in citaten en bibliografische beschrijvingen).

Ra — (scheik.) radium, rab.rabat, korting.

rad. — radicalen, zie ald.

R. A.F. — (Eng.) Royal Air Force.

Rb — (scheik.) rubidium. r. c. — rechter-commissaris.

r. ct. — regimentscommandant.

R. D. — (Lat.) Reverendus Dominus of Reverende Domine, eerwaarde heer.

rec.recensent, beoordelaar.

red. — redacteur of redactie.

ref.referent, verslaggever.

reg. — 1. regula, regel;

— 2. (Lat.) regius, koninklijk;
— 3. regiment.

Reg. — (bij bijbelcitaten) (Lat.) Liber Regum, Boek der Koningen. regelm.regelmatig, relat. — relatief.

resp. — 1. respectievelijk, in volgorde;

— 2. (Lat.) responde, men antwoorde ; respondeatur, er worde geantwoord.

Resp. — (Lat.) Respublica, het gemenebest.

Rev(d.) — (Lat.) Reverendus Dominus. rf — (muz.) (It.) rinforzando. R.F. — (Fr.) République Française. r. f. s. v. p. — (Fr.) réponse favorable s'il vous plait, verzoeke vriendelijk, gunstig antwoord.

R. G. Rijksgrond, rijksgrens. R. G. P. Rijks Geschiedkundige Publicatiën. R. H.

B. S.
Rijkshogereburgerschool. R. I. — 1. (Lat.) Romanum Imperium, het Romeinse rijk;

— 2. (Lat.) Rex Imperator koning-keizer;
— 3. Regiment Infanterie.

R. I. P. — (Lat.) Requiescat In Pace, hij (zij) ruste in vrede.

R. I. S. A — (Lat.) Romanorum Imperator Semper Augustus, de altijd zeer verheven keizer der Romeinen.

R.K. Rooms-Katholiek. R. K. S. Rijkskweekschool (inz. voor onderwijzers, -essen).

R. M — 1. (Lat.) Regia Majestas, de koninklijke majesteit, (ook) Regiae majestatis, van de koninklijke majesteit;

— 2. Rijksmark;
— 3. (op telegrammen) overneming.

R. M. C. — (Lat.) Reverendi Ministerii Candidatus, candidaat van het eerwaardig leraarsambt.

R. N. L. Rijksnormaallessen. R. N. S. Rijksnormaalschool (inz. tot opleiding voor onderwijzers, -essen).

r. o. — (Lat.) ratione officii, ambtshalve.

R. O. G. Rijksopvoedingsgesticht. Rom. — 1. (Brief aan de) Romeinen;

— 2. Romaans.

R P. — (op telegrammen) (Fr.) réponse payée, antwoord betaald.

R. P. — (Lat.) Reverendus (of Reverentie) Pater, eerwaarde vader.

r. r. — 1. regeringsreglement;

— 2. (Lat.) reservatis reservandis, onder het nodige voorbehoud.

rud. — rudimentair.

Russ. — Russisch.

R.V.D. — 1. Rijksverzekeringsdienst;

— 2. Regeringsvoorlichtingsdienst.

R.W. — 1. Rijkswaterstaat;

— 2. Rijksweg.